Boerentenen soep

Ingrediënten

(voor 8 – 10 personen)
250 gram gedroogde of 500 gram verse gedopte boerentenen
1 prei (250 gram)
1 (alouette) aardappel (100 gram)
100 gram (deel van)kleine selderijknol
4 blaadjes snijselderij
1,5 liter water
1 groentebouillonblokje
100 gram gerookte spekblokjes
2 laurierblaadjes
Peper en zout

Bereidingsstappen

  1. De verse boerentenen (800 gram) doppen of de gedroogde bonen afspoelen na  16 uur in 1 liter lauw water weken.
  2. Doe de geweekte bonen, laurierbaadjes, water en bouillonblokje  in een soeppan en breng dit aan de kook en laat dit 1 uur koken.
  3. Was de prei en snijd deze in kleine ringen
  4. Schil of was de aardappel en snijd die in kleine blokjes.
  5. Schil de knolselderij en snijd die in kleine blokjes
  6. Was de snijselderij en snijd die fijn
  7. Voeg prei, aardappel, selderij blad, selderijknol toe en laat dit een half uur mee koken.
  8. Bak de gerookte spekblokjes knapperig in een pan.
  9. Voeg de spekblokjes aan het eind van de kooktijd aan de soep toe.
  10. Breng op smaak met peper en zout.


Boerenteen / Pronkboon

Boerenteen / Pronkboon

Phaseolus coccineus

Boerentenen / Pronkbonen / priesterbonen vormen zeer grote dikke zaden. In België worden ze ook molbonen genoemd.
Roem van Zwijndrecht

Roem van Zwijndrecht

Apium graveolens

Knolselderij is een variant van selderij die net boven de grond een knol vormt. Knolselderij vormt een knol met een diameter van zo'n 10 cm. De knollen voor industriële verwerking moeten groter zijn dan die voor verse consumptie. Hoewel knolselderij voor de knol wordt geteeld, kunnen de bladeren ook worden gegeten.
Oslo

Oslo

Allium ampeloprasum

De Soemerische koning Ur-Nammu liet rond 2100 voor Christus al prei telen in de tuinen van Ur. Bekend is dat ook de Egyptische piramidebouwers, de Grieken en de Romeinen prei aten. Vervolgens is de groente over heel Europa verspreid. Prei was de favoriete groente van de Romeinse keizer Nero, die het in soep of in olie consumeerde. Hij geloofde dat het zijn stem verbeterde.
Carolus

Carolus

Solanum tuberosum

De Carolus aardappel is een middenvroeg ras en rond ovaal van vorm. Het is een vrij kruimige aardappel met een gele vleeskleur. Als je de Carolus helemaal laat uitgroeien en niet teveel bemest wordt de aardappel bloemig. Kenmerkend voor deze aardappel zijn de licht rode ondiepe ogen. De Carolus is prima te bewaren. Het loof is stevig en geeft een goede bedekking van de grond, waardoor onkruid minder kans krijgt. Zijn naam is vernoemd naar Carolus Clusius die rond 1588 de aardappel voor het eerst teelde in in de Hortustuinen van Leiden. De Carolus aardappel is resisitent tegen de aardappelziekte phytophthora.